vrijdag 2 januari 2026

 uitdew.i.p.bundel:motinderegen

..er is de af en toe regen
het even sprenkelen en dan weer niet
die fluisterregen alsof je tussen de druppels wandelt
zo'n aandachtige luisteraar
die soms knikt en dan weer zwijgt
even maar iets zegt en weer luistert
om opnieuw heel precies een vraag of antwoord te geven
iemand aan wie je onbekommerd je hele leven prijs geeft
bij de ongeziene luister van regen

 uitdenogteverschijnenbundel:buitendelijntjes

soms valt een schaduw
op de verkeerde plek
zoals sneeuw in zomer
een bedelaar in maatpak
het dolle herfstblad in een windstille ochtend
dan ben je op het foute moment op de juiste plek
Kandinsky die in het halfduister abstract ontdekte
of Turner,
die vuile vlek die zeelandschap wordt
nog een knuffel en het felle wuiven bij de check-in
begint het grote avontuur van de ontwikkelingswerker
het heet niet meer bekeren maar evolueren
luisteren, begrip, respect, ochgot niet belerend
de onverdroten ijver van Noord naar Zuid
zoals die missionaris
hij ging de kannibalen leren eten met mes en vork
nooit meer iets van gehoord
Soms zit poëzie zo diep verstopt dat men ze niet vindt.
Het volstaat dan even te wachten, zoiets heet geduld.
Het dulden van het wachten.
Op perron 9 van de Midi spreekt men van vertraging, doch dat is een verspreking.
Zo langzaam voelt het meisje naast mij in het boek.
Behoedzaam tasten naar het woord in de duisternis.
Dat moet poëzie zijn.

(uit de onplubiceerbare bundel : Alledagenindeweekgelegd)

je leest ze luttel
de buitengewone juweeltjes als
beurtbalkjes, tittels, vagitanus of kwiklokje
geschrikkeld wegens exorbitant
of de verdwenen oude schatjes, je hoort ze node
tenzij vantijd in de late achternoen
verwijlend achter de Leuvense Stoof
de Goudvingers, ze verdwijnen dralend
je vindt ze somtijds nog in oude fotodozen
onder paternosters en vergeelde prenten van overgrootvaders
die niemand meer ken

 uitdeonvindbarebundel : Kruimelsinzee

ooit zal het zonsondergang zijn
voor altijd, nooit meer
het krieken van een dag
de vogeltjes, geen Bach meer of Raveel
alleen het diepe donker
van een wereld die verdwijnt
enkel nog het stof, die atmosfeer
van poëzie natuurlijk
die volmaakte stilte
van een ooit was en nooit meer

 uitdemisschienbinnenkortbundel : niemand groet de straatveger

om tien uur exact
glijden alle rolluiken naar beneden, geruisloos en gedwee
aan het hoge kantoorgebouw in de Belliard
enkel het éne dat hapert
de enkeling in de massa, het weerbarstig kiezeltje
het rolt naar beneden, lijkt te weifelen
en stopt dan abrupt, het koppig jongetje van 6C
een systeem faalt,
onwezenlijk, de twijfel van artificiële intelligentie
het mag en kan niet en toch
heerlijk toch, dat hakje zetten van het onfeilbare

 uitdebundel : alletijdvandewereld

de zon verblindt
niet het trage sterven van de provinciestad
met affiches van 23 augustus 2019
aan lege vitrines, je leest nog Te Huur
onder het gescheurde Te Koop
op een terras een jongen en meisje
ze zwijgen bij twee blikjes Cola Light
alsof de stad rouwt is er de leegte
van een oud huis zonder meubels
en een verloren hond die het janken vergat
zo vergaat de stad met al lang overleden charmezangers
en vijfenveertig toeren plaatjes van Mireille Mathieu in een enkele etalage
duivenpoep op het standbeeld van de gesneuvelde helden
en de blinde vrouw, ze gaat gearmd met het zwakzinnige meisje
een kind nog, ze ziet maar kijkt niet


 

 uitdebundel : daarzijngeenwoordenvoor

tijd stopt nooit
en staat altijd stil
zoals de wandelende tak, roerloos tenminste
zolang je kijkt, de loomte van roest
het ongeziene van een gerucht
een vermoeden, lang na de amputatie
zoals tijd, ongrijpbaar
het hopeloze van zand in een vuist
uit de bundel onuitgegeven : Achtermijnuren) :
in het park
dragen alle berken lange witte kousen
tot net onder knie, zo onverstoorbaar
als maagdelijke schoolmeisjes, verlegen giechelend
straks kersen plukken, in het verkeerde seizoen
maar wel die hoge ladders
of diep gebukt bij het zachte vlees van wilde aardbeien
dat gulzige sap van een onstuimige lente

 uit de bundel w.i.p. Hetismijntijdnogniet

dan krijg je een nummer
en een bed, je wordt gescand
gewogen, gemeten, doorgelicht soms
zeggen ze mijnheer als ze aders prikken
in lange gangen, lichten die flitsen
is het vandaag of morgen ?
altijd de geur van Dettol en knoflook
de vreesgeworden stilte van de kamer
dagen van lange nachten
en oeverloos wachten, kijken naar muren
en bange blikken
het oneindig uitstellen van

 dan schrijf je honderdzevenenzeventig gedichten

waarvan er twintig overleven
die één keer worden gelezen en dan nooit meer
zo onverwoestbaar mooi
is de onvergankelijke apartheid van poëzie
.. laat haar gaan
zegt de vrouw aan het sterfbed
zoals een duif die
bij het openen van de korf verdwijnt aan de hemel
of de dochter die zomaar vertrekt
voor altijd in de wijde wereld, een verdriet dat oplucht
zo mooi is het laten gaan
een sterven dat houvast geeft
 en dan ineens
steekt hij een sigaret op in een vol restaurant
alsof je de liefde bedrijft op straat in een volle dag
of de tram ophoudt bij het strikken van je veters op de rails
een losgebroken zwijn op de nieuwjaarsreceptie van de Gestelde Lichamen
die langgerekte scheet achter het altaar van de Sint-Pietersbasiliek op Paaszondag
die bevrijdende kruitdamp van een geweldloze anarchie

 (uitdebundelinwording : hetzalzijntijdwelduren).

op de trappen van de O.L.V. Kerk onder blauwwitte wolken
rouwt de maffiafamilie
onder donkere brillen met glanzende strakke pakken
de vrouwen kortgerokt en lange haren
ze kussen en omhelzen, de broers wachten op de patriarch
gearmd aan de grijze vrouw buigt de clan
in bronzen respect voor hun vader of oom die kort groet
het rouwen is gemeend
zoals vaderlandslievende vaders treuren
om hun zonen, diep bedroefd en tegelijk trots
zo wenen de maffiosi om elk slachtoffer
dan luiden de klokken oorverdovend
binnen het requiem, een lang uur verdriet
straks weer de orde van de dag


 

 (uitdew.i.p.bundel : joerdefeit).

zo'n woord dat enkel koestering verdraagt
het proeven van Neuhaus, dat trage
genot van een spaarzame aanraking
een heel lang ogenblik
de ontroering zonder uitroepteken
het tedere van een traan in het oog van een paard
het geluid van een druppel onderweg
de afdruk in de oude zetel
zo veel in zo weinig is waarnemen

 uitdemisschienteverschijnenbundel : dealtijddurendebijstand

wanneer werd het ooit vrede ?
vraagt het kind aan de grootvader
hij herinnert het zich niet
want de oude is dement
ach, zegt hij zomaar
minder dan ooit
maar meer dan nooit
dat houdt geen steek, merkwaardig
het kind heeft er vrede mee

 uitdewaarschijnlijkteverschijnenbundel : zandindevuist

ik zou zo graag sterven
met twee, het kan
je geliefde, een vriend, je moeder zijn ongegeneerd
hand in hand, zo heel gewoon, haast flanerend
het hoeft zelfs niet over later of vroeger te gaan
gewoon de koetjes en kalfjes zoals vroeger
onderweg naar school, zeveren met de maten of kattenkwaad
en dan haast onopgemerkt, vanzelfsprekend
die hoge poort voorbij
simpel als bonjour en au revoir

 (uit de w.i.p. bundel : de éénwoordwoordenboek)

iemand trekt een voor in het zand
en wacht op de zee en dat onvermijdelijke
wissen van het hier en nu
het voor even mogen zijn, beetje
zoals het leven van jij en ik, het is gebeurd en dus
kan het nooit meer ongebeurd zijn

 (uitdemisschienbundel : alletijdvandewereld)

als de dood een mysterie blijkt
zou het leven kristalhelder en vanzelfsprekend
mogen zijn
zoals één plus één is twee en zie
na de dood ineens drie

 


 uitdenoguittekomenbundel : "erisgeenpapier ophet toilet"

er zijn nu al mensen
die tijd willen kopen
of tijd maken, voor zichzelf
en quality time
die op tijd willen komen
zelfs de tijd inhalen
van tijd tot tijd
zei mijn overgrootmoeder
altijd in de weer
nooit tijd gemaakt, natuurlijk
zij is allang niet meer van deze tijd

 uitdemisschienbinnenkortbundel : alledagenééndagouder

het stonk naar zwarte modder en olie
in de rokerswagons, het kroop
diep in je onderlijfje
er wordt nog altijd gerookt
op trottoirs, in tochtige portieken
je kan nooit meer diep inhaleren
het moet kort, snel, gehaast, beschaamd
gebogen, blij dat er nog iemand aanschuift
van bij de boekhouding of de nieuwe
receptioniste, er is nog hoop
soms kan het nog traag en uitgezakt
in de fauteuils van Cocktailbar l'Anglaise aan de Koudenberg
met dure vrienden en dikke Havanna's
eerste keus, diep en zwaar hoesten
je spoelt het weg met Remy Martin en Jack Daniel
en een gore mop
het genot van het verbod
de triomf van de zoete zonde

 uitdeopkomstbundel:SterfelijkeGedichten

door het open raam
valt het daglicht helder als water
in de tuin het witte linnen in de lucht
de geur van Lelietje van Dalen en gras
een dag, nog helemaal te beginnen
zo volkomen als brood, net uit de oven

 uitdewellichtbundel:Veelvijfenenzessen

die gewijde stilte
die tijd neemt, het spoor bijster
van een slak op het trage pad
in de kloostertuin
door de hemelhoge bakstenen muur
het wiegende Gregoriaans
en de ragfijne snaren van de spinet
dun als malse regen na een bloedhete dag


 

hoe wind takken laat dansen
dat op en neer, weer en heen en weer
geruisloos zuchten na geen inspanning
het even wachten en terug deinen
in de plas een étude en een tableau van één seconde ineen
druppelsgewijs, haast pointillistisch
de bedeesdheid van motregen bij de ongeziene wind
als een voorzichtige schaduw op de bakstenen muur
legt hij maar af en toe iets neer
een rietpluim, een flard in donker
ogenschijnlijk banaal verlegt hij die steen
dat onbetekenend opvalt bij waarnemers of ingewijden
de connaisseurs die je zelden hoort wellicht
als je geruisloos luistert

 de drie lichtbruine bladeren

aan de volkomen lege boom
zijn onvoorstelbaar mooi
in deze late herfst
onvermijdelijk gaan ze sterven
want dat maakt ze onsterfelijk
mooi, die tijdelijkheid,
het even maar vergankelijk zijn
(uit de onuitgegeven bundel "betervandaagdanmorgen".


 

 ..een man gaat nooit weg bij zijn vrouw tenzij hij een andere vriendin heeft. Dat ligt helemaal anders bij een ongelukkige vrouw, in een relatie waar ze wordt verwaarloosd. Zij gaat wel alleen weg, echter als er kinderen zijn zoekt ze de beste uitkomst. Voor de kinderen, niet voor zichzelf.

Een vriendin legt dit op tafel en nodigt me uit een man te zoeken die uit eigen beweging vertrekt zonder reservevrouw.
"Awel," vraagt mijn "goede" vriendin na een jaar.
"Ik kom niet veel buiten," lieg ik, "geef me nog zes maand."

 .zijn er pimpelmeisjes die jagen op pimpelmeesmannetjes ?

Een ezelin die een hengst bespringt ?
Een hen een haan, een moer een ram ?
Een koe die het aanvraagt bij een stier ?
Het is zoals het klimaat. Het wringen aan de orde.
Laat het zijn zijn.
De man wordt vernederd, beschikt, ondergaat. Afgewezen.
Het vrouwtje heft hooghartig en grijnzend het hoofd en gaat voort.
Vrij en onafhankelijk.
morgen is vandaag al gisteren
en overmorgen alweer eergisteren
zo absurd is tijd en tegelijk onvergankelijk
alles wat hier en nu gebeurt
is er voor altijd en toch nooit meer
je weet niet wat je mist als het
aan je voorbij gaat


 Awel.

  uitdew.i.p.bundel:motinderegen ..er is de af en toe regen het even sprenkelen en dan weer niet die fluisterregen alsof je tussen de druppe...